Kunststukjes

Zo leuk hoe er spontaan overal traditioneel geklede figuranten mijn foto’s in wandelen!

We staan in ‘het oude Muscat’. Ik ben elke keer weer verwonderd hoe we overal goed aankomen, want al begrijp ik heus wel dat het een kwestie van wennen is, het hele wegensysteem hier zorgt er elke keer weer voor dat ik me enigszins gedesoriënteerd bedenk dat ik met geen mogelijkheid meer kan bepalen waar ik ben. Onderweg zijn we weer ontelbaar veel prachtige gebouwen en uitzichten gepasseerd, waarbij ik me heel hard heb ingehouden om niet elke keer te smeken om een foto-stop, omdat ik me realiseer dat we dan nooit ergens zouden arriveren. Ik denk dat ik hier maandenlang elke dag non stop zou kunnen fotograferen en dan nóg niet uitgekeken zou zijn.

We wandelen langs het water, waar, even verderop in de haven, enorme schepen van de Sultan in de zon liggen te pronken. Daarachter wachten een paar cruiseschepen, flatgebouwen op water lijken het wel, en dichterbij voeren in het wit geklede mannen de meeuwen, die schreeuwend langs de kustlijn vliegen. In het lage water staat een visser, die rustig een net ophaalt. We kunnen net niet zien wat er in zit, maar het lijken donkere schelpen. Mosselen wellicht? Vlak naast hem glibbert de schaduw van een grote aal en even verderop spot Lucas een rondscharrelende krab.

Dan gaan we de souk in, waar ik me al een tijdje op verheug. In een eindeloos netwerk van steegjes en straatjes zijn allemaal kleine winkeltjes gevestigd, waar, in de dikke geur van wierook en specerijen, handelaars hun best doen de vele toeristen naar binnen te lokken. Dat toeristische maakt het overigens wel een stuk minder mysterieus en authentiek dan ik me had voorgesteld, maar ach, dat mag de pret niet drukken.

Het is grappig om eens doorheen te wandelen, en om te onderhandelen met de verkopers voor wat souvenirs voor de kinderen, lichtelijk onwennig, want het voelt tóch een beetje stom, maar net als ik me wat bezwaard voel over het afdingen, zie ik hoe dezelfde verkoper die even tevoren beweerde dat hij nu amper wat had verdiend aan zijn verkoop (met een dramatische uithaal die ervoor zorgt dat ik bijna begin te vrezen voor het avondeten voor zijn bloedjes van kinderen), met een grote glimlach zich omdraait, dus ik gok dat dat nog wel meevalt. En voel me acuut een enorme toerist.

We maken een tussenstop bij het Bait al Zubair museum, een privé project van de familie Zubair, waarbij hun oude familiehuis is omgetoverd tot een museum met een enorme collectie traditionele voorwerpen uit de geschiedenis van Oman. We bewonderen de postzegels, munten en foto’s, het nagebouwde traditionele hutje en de maquette van een heus dorp uit de vroegere tijd van Oman, en met Olivier sta ik een tijdlang te kijken naar de met zilver gedecoreerde wapens die meer voor de sier dan voor het schieten lijken, maar volgens de teksten erbij waren ze toch wel degelijk in gebruik.

“We gaan even lunchen bij Shangri La, dat is wel leuk”. Dat klinkt alsof we naar een restaurantje in de buurt gaan, maar we rijden de bergen in, omhoog via duizelingwekkend steile wegen, tussen bergwanden door, zo hoog en geel dat ik me af en toe een miertje voel dat is verdwaald in de duinen. En dan, voor ons gevoel in de middle of nowhere, duikt een resort op, met decadent gemarmerde paden met uitbundig bloeiende bloemen erlangs, parasolletjes op het strand erachter, klaterende aangelegde watervalletjes en een uitzicht op de zee, met daarachter die immer blauwe horizon, waar, we snoepen van een uitgebreid en heerlijk buffet. Wat een verwennerij.

Op de terugweg naar beneden, bij een uitzichtpunt zo duizelingwekkend hoog, dat we héél voorzichtig over het randje gluren en ons voornemen niet naar beneden te kukelen, stoppen we even voor een foto. En vooruit, ook even een gezamenlijk kiekje. Het zou toch wat zijn als ik helemaal zelf niet op de foto kom in dit mooie Oman.

“Kijk? Is dit mooi?” Ze draait een rondje. We zijn mooi aangekleed, de volwassenen én de oudste twee kinderen, voor een avondje opera. In The Royal Opera House van Muscat wordt vanavond door twee solisten en hun orkest een voorstelling neergezet waarbij vanuit meerdere bekende opera’s liederen worden gezonden. En wij gaan daar heerlijk van genieten.

Wauw. Ik kan niet anders zeggen. Wauw. The Royal Opera House is adembenemend mooi. Elk detail is afgewerkt, en alles ademt luxe en schoonheid. Ik doe een poging iets van al dat moois vast te leggen, maar moet eerlijk bekennen dat elke foto maar een zwakke weergave is van hoe mooi het in werkelijkheid is. Dit moet je echt in z’n geheel zien, om de sfeer te voelen, en je onder te dompelen in het gevoel.

De opera zelf is ook prachtig, en ik geniet des te meer als ik af en toe stiekem opzij kijk naar de stralende snoetjes van de kinderen, hoe ze met open mond luisteren naar de muziek, of lachen om de grollen van de zeer flamboyante zanger. Wat een belevenis weer. Voor hen, en voor ons.

Geef een reactie