Mooi Oman – dag 2

“Hij is scheef!” Even kijkt ze heel bedenkelijk. Ik zie zelfs even een pruillipje verschijnen. Maar dan besluit ze zichtbaar om het concept dan ook maar direct goed te omarmen; “Scheef is leuk!”

We maken een schots en scheve toren, zo hoog dat ze op haar teentjes moet staan om de laatste steentjes erop te leggen. We kijken er trots naar en zijn het met elkaar eens dat we er best zouden willen wonen. Of, nou ja, logeren dan. Want, zo merkt een van de jongens op, dat schots en scheef is best vrolijk en gezellig, maar niet heel praktisch. “Want hoe moet je bed dan staan?”

Ik stel een evenzo schots en scheef bed voor, maar dat is toch blijkbaar werkelijk te gortig. Dus we houden het op logeren.

Maar dat gezegd hebbende: het is eerste kerstdag! Dus daar hoort een zalig en gezellig ontbijtje bij, en cadeautjes onder de boom, voor ieder één. En net als alle andere jaren worden er mooie jurken aan- en stropdassen omgedaan, wordt meermaals de tafel gedekt voor heerlijke maaltijden, en rollen er regelmatig dobbelstenen en kaarten over tafel voor verschillende spelletjes.

Er worden kerstliedjes gespeeld op de piano, nieuw speelgoed wordt uitgeprobeerd, en, hoe kan het kersteriger (is dat een woord? Het zou er een moeten zijn), er worden gingerbread huisjes versierd. Uiteraard verdwijnt daarbij de helft van de decoraties in een paar gretige kleine mondjes, maar dat is natuurlijk ook waar ze zich het fijnste voelen. Elk zichzelf respecterend snoepje houdt er vast niet van om puur voor de sier op een dak geplakt te blijven zitten.

Al met al een best traditionele kerst dus…

Behalve dan misschien het afkoelen op het strand.

Wat nog een hele belevenis is trouwens, omdat we er, ondanks dat we keurig bedekt zijn, toch blijkbaar uitheems genoeg uitzien om uitgebreid gefotografeerd en gefilmd te worden door meerdere mensen. Als ik bij de derde persoon enigszins verbouwereerd mijn wenkbrauwen optrek en me iets terugtrek, kijkt ze smekend. “Just one?” Ze gebaart met haar camera. Ik haal mijn schouders maar op en laat het gebeuren. En vraag me ondertussen af of ik me nu meer filmster of rare aap voel.

Eenmaal terug in ons nu-even-Omaanse-thuis, na een heerlijk diner en daarna een ouderwets avondje film op de bank, bedenk ik me terugkijkend dat kerst in Oman, ondanks alle traditionele activiteiten, toch écht wel anders voelt, met al die zonneschijn, de korte broeken en de zee.

Anders. Maar wél heel leuk!

Mooi Oman – dag 1

Eigenlijk was het nog maar half vier in de ochtend natuurlijk. Voor onze Nederlandse begrippen dan, met het tijdsverschil van drie uur tussen daar en hier, en eigenlijk vond mijn lijf dat ook, want ik merkte dat iets in mij duidelijk kreunde dat het nog lang geen tijd was om wakker te worden, zeker na de reis gisteren.

Dat was me wat trouwens. Die reis. Er zijn wel eens mensen die zeggen dat ze het een hele opgaaf vinden om met kinderen te reizen, maar echt: het opstaan, zo héél héél vroeg in de ochtend, en dan met z’n allen in de auto gepropt zitten, wat eigenlijk niet past, maar het moet maar even, de laatste knuffels aan de katten, en dan slaperig op de weg kijken naar hoe de wereld wakker wordt. De verscheidenheid aan mensen op het vliegveld, met gekke of bijzondere kleding, de slapers op een bankje, de consternatie bij een plots oponthoud omdat een naam niet goed op een reisdocument staat (oeps), het samen oppassen op een koffer van een buitenlandse dame die gestrest nog even wat moet doen, het dan alsnog moeten rennen naar de gate om nog op tijd in het vliegtuig te kunnen gaan zitten. En daar dan het griezelige gevoel van opstijgen, de prachtige luchten en vergezichten, en oh, die zonsondergang aan de horizon, die de einder bloedrood kleurt, de rare kriebels in je buik en het harde slikken dat je moet doen bij het landen, in de hoop dat je oren open poppen en niet zo vervelend meer voelen en dan het enigszins gedesoriënteerd zijn bij het aankomen in een land waar het al laat in de avond is, terwijl je zelf nog vrolijk op rond-etenstijd-stand bent blijven hangen door het tijdsverschil.

Het is allemaal zó extra leuk als je het kan beleven door de ogen van kinderen. Ik had mijn camera meegenomen, maar heb geen foto geschoten en vooral rustigjes zitten genieten van die grote verwonderde ogen om me heen.

Maar goed, mocht vanochtend bij het ontwaken mijn lichaam het dus nog eigenlijk midden in de nacht vinden, de wereld buiten dacht daar geheel anders over. Want de vogels vlak naast het balkon kwetterden luid, en vol overgave, en de zon prikte plagend tussen de gordijnen door.

Er moest ontdekt worden, en bewonderd, en oh wat is er, alleen al op deze eerste dag, waarin we lichtjes brakjes nog in de buurt zijn gebleven, veel te bewonderen en ontdekken.

We wandelden tussen vele statige witgepleisterde huizen door, uitkomend bij het strand, waar de kinderen al proestend over golven sprongen, om uiteindelijk met kleding en al onder water te belanden. Er werd getennist, soms nog niet al te nauwkeurig, waardoor bijna een van de vele voorbij wandelende meneren in dishdasha werd geraakt, maar die kon er gelukkig vriendelijk om glimlachen.

Eenmaal terug deden we wat boodschappen, speelden spelletjes, genoten van de zoete warmte, en bouwden aan gingerbread huisjes. Maar dat is een verhaal op zichzelf dat misschien morgen wel volgt.

Want dan is het kerst. Kerst, samen in dit mooie Oman. Ik voel me wel een heel grote geluksvogel.

Het is vakantie!

Heel zacht hoor ik wat gestommel. Ik kan me niet voorstellen dat ik er wakker van ben geworden, maar wellicht dat het feit dat Bob de kat heeft besloten dat bovenop mijn billen een mooi plekje is om zich te installeren ervoor heeft gezorgd dat ik toch wat lichter sliep dan eerder. Als ik me omdraai, voorzichtig, om Bob niet van het bed af te katapulteren – wonderlijk hoe zorgvuldig we geneigd zijn te zijn met die katten, terwijl ze met een achteloze meedogenloosheid omgaan met ons mensen – zie ik dat er een lichtje brandt beneden, en hoor ik het spetteren van de douche.

Het is de ochtend van de kerstontbijtjes op de middelbare school. Dus hebben ze hun wekker extra vroeg gezet, wordt er gesneden, gerold en gebakken, en gaan ze, fris ruikend, gepoetst en gekamd – dat laatste iets dat nog helemaal niet zo vanzelfsprekend is voor bepaalde pubers – met warme schalen vol lekkers naar school. Ook weer door de stromende regen overigens, in het donker nog, op deze kortste dag van het jaar, maar in de auto schallen kerstliedjes uit de radio.

Ze hebben heerlijk gegeten, geloof ik, en er zijn spelletjes gespeeld en films gekeken. Maar heel veel heb ik er niet over gehoord. Want vanaf het moment dat ze hier weer binnen rollen, met diepe zuchten en een zwier van tassen naar een hoek, om daar voor twee weken te blijven, – of toch niet, omdat die tassen nog nodig zijn, maar dit keer niet voor school -, gaat alle aandacht maar naar één ding toe: het is vakantie!

En dat betekent dat er gepakt moet worden deze dagen, en nog meer gepakt, lijstjes worden afgestreept, en uiteraard hoort er ook een tripje naar de bieb bij, voor boeken, heel veel boeken, want zo een heerlijke stapel leesvoer hoort bij vakantie als .. als.. als lampjes bij kerst. (Ik wilde daar haast sneeuw zeggen, maar tot in hoeverre winterweer essentieel is voor kerst kan ik nu nog niet beoordelen. Dat laat ik weten wanneer we terug zijn van een kerstviering in zomerse sferen. Spannend!)

Helemaal kerst

In de ochtend ging hij schaatsen, om vervolgens de keuken in te duiken om het kerstdiner op school voor te bereiden. Hij zei dat hij niet zenuwachtig was, écht niet hoor!, maar hij danste en stuiterde wel nog wat meer dan anders, rondjes om de tafel, met af en toe een knuffel voor mij, omdat, gewoon, dat fijn voelt.

Er was op school van alles gepland, met als klapstuk een lichtjestocht door het park met allemaal lampionnetjes, en ik zat me al helemaal te verheugen op het maken van wat foto’s van dat ongetwijfeld prachtige tafereeltje.

Helaas vielen die plannen vrij letterlijk in het water, omdat het zó hard regende, dat het al een hele uitdaging was om alle heerlijke hapjes, waar zoveel kinderen, of hun moeders, hun best op hadden gedaan, onverdund door regenwater binnen de schoolmuren te krijgen. (En werkelijk, er zaten plaatjes bij. Ik kijk daar altijd vol bewondering naar, want ik neem me wel eens voor om me ook aan dat soort kunstwerkjes te wagen, maar moet eerlijk toegeven er meestal niet de moed voor op te kunnen brengen. Wat dan wel weer stom is eigenlijk, want als ik er wél een keer mee aan de slag ga, vind ik het – even ongeacht het resultaat, want dat wil wel eens wisselend zijn – wél heel leuk. Maar goed, dat terzijde).

In plaats van de lichtjestocht werden er, na een heerlijk en gezellig maaltje in de klas, liederen gezongen door de kinderen binnen in de school, in een zaal die, toen we net begonnen bij deze school, nog ruim alle mensen kon bevatten – en dan konden we nog een dansje doen ook -, maar waar we nu als sardientjes in een blikje op elkaar gepakt zaten. Niet dat dat de pret drukte hoor. Het blijft toch ontroerend om al die kinderstemmetjes de bekende kerstliedjes te horen zingen, dat past zo heel erg bij deze periode.

Buiten stond, bij een knappend vuurtje, een meneer prachtig te toeteren op een midwinterhoorn. Dan is het puur nog een kwestie van je ogen dichtdoen en de sneeuw erbij denken. Helemaal kerst.

De bruine dagen voor kerst

Sarah op de bank met haar telefoon

De dagen voelen wat apart en onsamenhangend deze periode; Met nog veel activiteiten en afspraken in deze laatste dagen voor het weekend (en voor ons reisje), van basketbaltoernooitjes tot kerstdiners tot lichtjestochten tot gala’s, het plannen van de laatste boodschappen en het maken van inpaklijsten en tussendoor nog her en der een overhoring voor Engels of Grieks, leven we samen enigszins van de hak op de tak. 

Toch, al lijkt kerst overal doorheen geweven te zijn, als een streng lichtjes die gewikkeld zit rond de bladeren van onze kamerplanten, voelt het nog niet helemaal alsof kerst eraan komt. Al zal dat vanavond wel komen, wanneer de kerstviering is op school. Op de een of andere manier voelt de combinatie van lichtjestochten en een meute kinderstemmetjes die kerstliederen zingt toch wel ultiem kersterig.

pluizebolletje

Eigenlijk had ik voor op mijn lijstje ook nog staan dat ik voor vertrek de tuin wilde aanpakken, want die is momenteel bedekt in een laagje van duizend tinten bruin. “Had al veel eerder moeten gebeuren”, bromt het kind in me dat is opgevoed door mijn ouders. Maar een ander, opstandig en wilder, deel van mij snuift eens en trekt een wenkbrauw op. “Dan had je dit soort dingen ook gemist. Want hoe mooi is dat pluizebolletje dat zo fier staat te zwaaien?” 

Zit ook wel weer wat in. 

2018-6-22

Making presents, writing cards, decorating with washi tape, it is keeping her quite busy these days. At the end of her school year, and the end of her first school career (next year it is high school for her, and she cannot wait!), there are loads of parties to attend, there is a musical to practice for (something I help with, by studying with the children and helping them learn their lines and acting. It is a massive and such a fun job. But that is something for another day) and trips and camps to go on.

I made her a dress for her own birthday party, which is in a week, for which she had some very specific wishes, namely a halter, and I couldn’t find a pattern for it, so I drew it myself. I basically put some cotton fabric on her body, drew the pattern pieces on them, and then cut them out. I am pretty sure that that is not the correct way to do it, but it worked rather well, although it helped that the fabric is a very flimsy jersey, which is a pain to sew, but it is forgiving in the fitting area.

It is not finished though, almost, but not completely, so photographs have to wait for another day as well, because my bed is beckoning, and today I am going to be a good girl and listen.

2018-6-21

bananasmoothie

hydrangea

game play

Dear one,

with the decision to start writing again, to you this time, came a sudden outburst of photographic tendencies. I have been carrying around my camera all day, searching for something to shoot. The lack of practice in these last couple of months has it’s effect; it seems like the light and I have to get reacquainted again, tenderly probing and testing, trying to feel comfortable around each other once more.

So I decide to shoot everything. The smoothie I made in the morning, with bananas, apples, lettuce and this strange powder, of which I forgot the name, but that should give a person loads of energy, or so I think I read it on the website where I ordered it a while ago. (I am not sure if it helped. I still needed to lie down in the afternoon for a nap, which frustrates me to pieces, but who knows, without the powder I might have crumbled around noon!).

I shot the hydrangea in the garden, tiptoeing on my bare feet and shivering because of the hard and chilly wind (where did that summer weather go and hide all of a sudden?), admiring the pink petals and the pearl-like stems. I realise I don’t really know if you like the hydrangea as much as I do, I remember someone once saying they didn’t. I can’t really imagine why, because look at it: There is a certain shamelessness in all that bright pink and the curling petals that makes me feel all inspired to live a little louder as well.

Ah, and of course I had to shoot the children. I warned them, told them about my plans to pick up my picture taking and writing. The eldest two are perfectly fine with that; She doesn’t blink or respond in any way while I chase her with my camera in the library, as we wait for her little brother to finish his drum lessons. And my oldest smiles friendly as he sees me approach, and sits oh so quietly until I am finished.

Only the youngest one doesn’t like it. I am not sure why. He is so gorgeous and funny and radiates a certain energy that I so love to capture. But I promise him to respect his wishes. We just agree that I can take some shots, in which he is not completely recognizable. “Like your cute little toes!” I smile at him, excited. He rolls his eyes. We’ll talk about that some more later.

In the evening, when we play a game of ‘Keezen’, he allows me to take a shot of his cards. And his ear. I can work with that.

13

Schoenmaat 40 heeft hij nu. Grotere voeten dan ik. Zijn stem begint af en toe zomaar gekke geluidjes te maken, klinkt dan ineens verrassend volwassen en vervolgens weer zacht en hoog. Hij is nog nét kleiner dan ik (maar ik speel meestal vals met hoge hakken van minstens 9 centimeter. Daarmee stel ik het onvermijdelijke nog ietsjes langer uit). Hij fietst zich een slag in de rondte naar school en allerhande activiteiten, en kan alle zware tassen met steeds minder moeite en steeds meer nonchalance over zijn schouder zwaaien.

Hij steekt graag kaarsjes voor me aan, vergeet standaard zijn broodtrommel uit zijn tas te halen – waardoor we elke ochtend, werkelijk el-ke ochtend dezelfde discussie voeren en ik dreig geen salades meer voor hem te zullen maken (hij is nogal gek op salades) of hem ’s nachts uit bed te halen om zijn broodtrommel af te wassen, maar dat maakt natuurlijk geen donder uit. Misschien moet ik het ook daadwerkelijk uitvoeren, die dreigementen, maar wat kan ik zeggen, ik ben een watje van een moeder. Ik geef het toe – en speelt geduldig ontelbare potjes schaak met zijn kleine broertje. Die hij wint, want hij kan het niet laten, ook al wordt datzelfde broertje nogal eens boos omdat hij ‘altijd op z’n best’ speelt.

Hij kan onbedaarlijk de slappe lach hebben, soms puberaal boos worden en naar boven stampen – maar dan direct weer vergeten zijn waarom het ook alweer was – en soms bij het naar bed gaan ineens in paniek bedenken dat hij was vergeten om zijn proefwerk te leren. Want hij is liever lui dan moe, maar houdt er toch ook erg van zijn zaakjes in orde te hebben. Een wat lastige combinatie nu en dan.

Hij staat het nog steeds toe dat ik hem knuffel – godzijdank, want ik vrees dat ik het niet zou kunnen laten -, begint een heerlijk sarcastisch gevoel voor humor met een flinke dosis zelfspot te ontwikkelen (we kunnen erg goed gniffelen samen) – al is het wat minder dat ik ook steeds vaker het mikpunt ben, waardoor ik, als hij me met plagerige twinkelogen duidelijk een beetje uitlacht, me afvraag waar die goede tijd is gebleven waarin kinderen dat niet gedurfd zouden hebben (niet echt hoor)- en tja, wat kan ik zeggen, hij is gewoon een leuk mens.

Nu weet ik dat ik bevooroordeeld ben. Maar echt. In dit geval heb ik gewoon gelijk.

Hij is 13 vandaag. 13! Dan mag je als moeder toch wel even ongegeneerd met je liefde te koop lopen, niet? Vind ik ook.

Schoolkeuze

Ze staan een beetje onwennig glimlachend tegenover elkaar. Welwillend genoeg, maar totaal zonder enige herkenning. De laatste keer dat ze samen speelden waren ze vijf. Daarna gingen ze allebei naar een andere basisschool, en ze zouden elkaar zonder enige interactie, behalve wellicht een vriendelijk knikje bij het passeren, zoals je dat ook naar andere vreemde mensen doet, voorbij zijn gelopen als hun ouders er niet waren geweest. Want die veranderen niet zoveel in 6 jaar. Hopen ze toch. In ieder geval niet zoveel dat je elkaar niet meer herkennen zou.

Dus daar staan ze dan. Schuifelen wat met hun voeten. Grijnzen nog eens. En misschien rollen ze wel stiekem met hun ogen naar elkaar, wanneer een van hun moeders nog eens vraagt: “Weet je dat niet meer? Hoe leuk jullie samen speelden vroeger?”. Gelukkig duurt zo’n ongetwijfeld wat ongemakkelijk moment nooit lang. Want er is nog zoveel te bekijken. Zoveel te beoordelen, voordat die ene belangrijke keuze gemaakt kan worden: Naar welke middelbare school ga ik?

Ze weet het nog niet, waar ze heen wil. Voor haar niveau zijn er vier mogelijkheden, dus we klepperen vrolijk alle open dagen af.

Ze maakt puzzels, praat met leerlingen, stelt vragen aan docenten, trekt aan onze jassen als we weer te lang blijven kletsen (het is één grote ontmoetingsplek van klasgenootjes, teamgenootjes en ouders van klas- en teamgenootjes, die, met blikken die blijk geven van enige overweldiging en al dan niet gespeeld enthousiasme, meedoen aan alle bedachte spelletjes en waar mogelijk even ontsnappen in een oppervlakkig gesprekje over elkaar lang niet gezien hebben en echt weer eens bijkletsen – iets dat ik me overigens wel altijd heel stellig voorneem, want ik vind dat daadwerkelijk gezellig, maar in de dagelijkse praktijk komt het er dan vaak weer niet van, jammer is dat-) en kijkt met open mond en vol voorpret rond in de hallen waar ze volgend jaar misschien ronddwalen zal. Waar ze zich thuis zal voelen. Waar ze niet als bezoeker, maar als een van al die zelfverzekerde pubers waar ze nu nog met enige verwondering naar kijkt, haar jas op de grond zal mikken, op een bankje zal neerploffen en grappen zal maken over die gekke docent wiskunde. Of over haar idiote ouders, stel ik me zo voor.

Ze heeft al wél besloten naar welke school ze in ieder geval niet wil.  En dat ze tóch eigenlijk wel de oude talen wil gaan leren. Of misschien ook niet, als de school waar dát niet kan nu net leuker blijkt te zijn. Er is dus nog een hoop te beslissen.

We gaan nog even vrolijk door.

Mooi Buurserzand

Warme jassen aan, sjaals om (iedereen, behalve onze jongste, want die vindt een sjaal een van de meest afgrijselijke martelwerktuigen ooit bedacht en daar kunnen we hem met geen tien paarden vanaf brengen), handschoenen aan (iedereen behalve ik, terwijl ik zelfs van die handschoenen zonder vingers heb, zodat ik mijn camera nog steeds kan bedienen. Maar die was ik vergeten. Wat erg dom en onlogisch was, want ik ben altijd zó koud en ik ben ervan overtuigd dat mijn handen er in no time af zouden vallen in ware vriesstreken, omdat mijn lijf gewoon te bang wordt om door die ijsvingers aangeraakt te worden) en hop, daar gingen we. Met de hele groep aan de wandel in het Buurserzand. En oh, wat is het daar mooi.

Er waren heel veel goede bomen (er zijn nog veel meer móóie bomen, maar een góede boom is niet zozeer mooi, maar vooral beklimbaar. Niet te makkelijk, uiteraard, want dat is niet leuk. Maar zo dat je er nét met wat moeite in klimmen kan, en dan van boven neerkijkt op de oudere mensen beneden, die grapjes naar je roepen, maar dat is niet erg, want in je hart weet je dat ze zelf ook best wel zo hoog zouden willen klimmen, als ze het maar zouden durven, net als jij) en er was de suggestie van allerlei wilde dieren, want we moesten een hek door en dat goed sluiten en er stond iets over op een bord, en al hebben we die dieren niet daadwerkelijk gezien (onze jongste wist niet zeker of het nou een grap was dat we zeiden dat hij maar goed moest kijken of hij de giraffe kon vinden, dus voor de zekerheid speurde hij toch maar regelmatig de horizon af), het zonlicht op de hei en de bomen, en glinsterend op de waterplassen, was zo mooi dat we regelmatig even moesten stilstaan om simpelweg te genieten.

En als er dan aan het eind van de dag, na een heerlijk stamppot buffet, dat perfect is wanneer je koud en hongerig binnenkomt en je oren en vingers tintelen en dan ineens héél warm worden terwijl de rest van je lijf nog aan het nabibberen is – gek is dat -, als er dan ook nog eens marshmallows kunnen worden geroosterd boven een knappend vuur, dan kan je toch wel concluderen dat dit best een hele mooie en fijne dag was.