Mooi Buurserzand

Warme jassen aan, sjaals om (iedereen, behalve onze jongste, want die vindt een sjaal een van de meest afgrijselijke martelwerktuigen ooit bedacht en daar kunnen we hem met geen tien paarden vanaf brengen), handschoenen aan (iedereen behalve ik, terwijl ik zelfs van die handschoenen zonder vingers heb, zodat ik mijn camera nog steeds kan bedienen. Maar die was ik vergeten. Wat erg dom en onlogisch was, want ik ben altijd zó koud en ik ben ervan overtuigd dat mijn handen er in no time af zouden vallen in ware vriesstreken, omdat mijn lijf gewoon te bang wordt om door die ijsvingers aangeraakt te worden) en hop, daar gingen we. Met de hele groep aan de wandel in het Buurserzand. En oh, wat is het daar mooi.

Er waren heel veel goede bomen (er zijn nog veel meer móóie bomen, maar een góede boom is niet zozeer mooi, maar vooral beklimbaar. Niet te makkelijk, uiteraard, want dat is niet leuk. Maar zo dat je er nét met wat moeite in klimmen kan, en dan van boven neerkijkt op de oudere mensen beneden, die grapjes naar je roepen, maar dat is niet erg, want in je hart weet je dat ze zelf ook best wel zo hoog zouden willen klimmen, als ze het maar zouden durven, net als jij) en er was de suggestie van allerlei wilde dieren, want we moesten een hek door en dat goed sluiten en er stond iets over op een bord, en al hebben we die dieren niet daadwerkelijk gezien (onze jongste wist niet zeker of het nou een grap was dat we zeiden dat hij maar goed moest kijken of hij de giraffe kon vinden, dus voor de zekerheid speurde hij toch maar regelmatig de horizon af), het zonlicht op de hei en de bomen, en glinsterend op de waterplassen, was zo mooi dat we regelmatig even moesten stilstaan om simpelweg te genieten.

En als er dan aan het eind van de dag, na een heerlijk stamppot buffet, dat perfect is wanneer je koud en hongerig binnenkomt en je oren en vingers tintelen en dan ineens héél warm worden terwijl de rest van je lijf nog aan het nabibberen is – gek is dat -, als er dan ook nog eens marshmallows kunnen worden geroosterd boven een knappend vuur, dan kan je toch wel concluderen dat dit best een hele mooie en fijne dag was.

Cool

Ze zitten samen aan tafel te lunchen. De een een tikkie onderuit gezakt. De ander ferm rechtop, speurend over de tafel naar iets lekkers. Hij heeft me net verteld dat hij allergisch is voor volkorenbrood, wat ik eigenlijk niet helemaal geloof, maar vooruit, hij is nu aan de rijstwafels.

Van een afstandje volg ik met een half oor de gesprekken die ze voeren. Over een klasgenoot die enorm had rennen kan (“Zag je dat? Hij kan echt super hard yo!”) en de plannen die ze hebben om straks buiten een soort veldslag na te spelen. Ze scheppen een beetje op allebei (“Ik ben heel sterk, weet je.” “Ja, maar ik kan het beste voetballen, heb je dat wel gezien?”) en willen niet voor elkaar onderdoen. Maar als de één zachtjes aan de ander vraagt “wil je me even helpen met die boter? Ik kan dat niet zo goed”, springt de ander behulpzaam in de benen. Mooi vind ik dat. Jongens vriendschap.

“Mama! Doe eens? Toe?”

Als ik opschrik – ik was even afgedwaald in mijn boek – kijk ik in twee verwachtingsvolle snoetjes. “Doe eens een heks na, mam? Laat eens horen hoe je dat doet?”

Eerst aarzel ik even, maar ach, ik ben zo makkelijk over te halen. Dus ik kakel er even lustig op los. Wanneer ik stop staan ze even stil. Dan draaien ze om en terwijl ze de deur uitlopen krijgt mijn jongste een klap op zijn schouder van zijn vriendje. “Dat kan je moeder echt cool zeg.”

Ik kan het niet nalaten even te glunderen. Een coole moeder. Ik teken ervoor.

Stil met mooie plaatjes

Normaal zou ik zeggen dat ik nogal een denker ben. Een dromer ook. Volgens sommige personen niet altijd even realistisch, maar daar denk ik dan weer anders over. Maar soms zijn er van die dagen, dan is het heel stil in mijn hoofd.

Niet omdat de dag stilstaat. Oh nee. Want de dag is gevuld met knutselwerken en nóg meer koekjes (leb kuchen dit keer) voor school (weer voor die vermaledijde Duitse les, blijkbaar brengen schoorsteenvegers geluk in Duitsland. Dat is dan wel weer leuk. Iets nieuws geleerd). Met een bezoekje aan de orthodontist (dat wordt een compleet metalen kunstwerk in de mond van mijn oudste. Hemel). Met administratieve en praktische taken. Het is best een nuttige dag.

Het is alleen, zoals ik al zei, stil in mijn hoofd. Ik denk niet zoveel. Droom niet zoveel. Ben er gewoon. Zie wel mooie plaatjes om me heen. Dat dan wel.

Want er zijn altijd mooie plaatjes in het leven. Dat is toch wel een geruststellend iets, vind je ook niet?

Nieuwjaarsconcert

Vorig jaar moest hij wat traantjes wegpinken, omdat hij het zó spannend vond. Dus ik hield hem een beetje in de gaten vandaag. Je weet het toch niet. Negen is al wel heel stoer en groot enzo, maar toch. “Moet ik je nog ergens bij hel…”, ik kon mijn zin niet afmaken, want hij was al weg. Vol stoere praatjes klom hij achter het drumstel en trommelde enthousiast een end weg.

Negen is toch inderdaad al heel stoer en groot.

Samen met zijn broer en zus zit hij bij de muziekvereniging waar ik zelf zo’n beetje bij ben opgegroeid. Ik ben dus wellicht wat bevooroordeeld, maar echt, het is zó leuk om die kinderen samen muziek te zien maken! Ik word dan direct een über-trotse mama, en zit ongegeneerd mijn hobospelende meisje, gitaar pingelende grote zoon, en dus drummende jongste toe te glunderen.

Vandaag was er een nieuwjaarsreceptie, met warme chocolademelk met slagroom, oliebollen, glühwein, spelletjes en een concert door de jongste leden.

Op dit soort momenten gaat het bij mij toch ook wel weer kriebelen hoor. Misschien moet ik toch ook maar eens mijn dwarsfluit weer afstoffen.

Als het buiten stormt

Nou ja, stormen. Laten we er niet te veel van maken. Maar hard waaien doet het wél! Toen ik een paar uur geleden in mijn auto wilde stappen en de deur een zwieper gaf was ik even bang dat hij het als het laatste zetje zag om er vandoor te gaan. Gelukkig zat hij steviger vast dan ik op mijn hakken stond. Ik kukelde bijna om. Maar daar kan ik de wind eigenlijk niet de schuld van geven. Ik wil gewoon nog wel eens onhandig zijn.

Ik heb besloten dat ik de rest van de schoolvakantie de illusie van het handhaven van mijn normale organisatieniveau maar volledig opzij ga zetten. Werk, fotografie, het naaien van mijn nieuwe winterjas, ik kan het vrolijk plannen allemaal, maar er komt steeds niets van terecht. Want er moet teveel gezelligs gedaan worden, dat begrijp je.

En dan kwam vandaag ook nog eens mijn oudste met de vraag of ik alsjeblieft foto’s wilde maken terwijl hij koekjes ging bakken voor school. Dat zorgde wel even voor verwarring in mijn hoofd. Ten eerste omdat bleek dat de koekjes voor het vak Duits gebakken moesten worden (creatieve docent, dat moet ik hem nageven. Ik heb vroeger ook Duits van hem gehad. Maar ik heb nooit koekjes hoeven bakken, bedenk ik me) en ten tweede omdat het zo’n unicum is dat mijn kinderen me vragen of ik foto’s van ze wil maken (doorgaans laten ze het goedgemutst over zich heen komen, maar staan ze er nou niet echt om te springen), dat ik het even rustig moest verwerken. Om vervolgens razendsnel mijn camera te pakken. Duh.

Dus zo stonden we in de keuken ineens, met bizar slecht licht, want degene verantwoordelijk voor het weer besloot dat het, nu het toch ook al zo aan het waaien was, ook nog wel lekker donker kon worden. Maar de koekjes zijn gelukt. En, volgens het spontaan ingevlogen testpanel hier (wonderlijk hoe uit allerlei hoekjes en gaatjes ineens kinderen tevoorschijn komen wanneer er koekjes uit de oven worden gehaald), ook nog eens heel lekker. Het receptje kan je trouwens hier vinden. Kan je ook nog eens je Duits wat oppoetsen. Dat bleek, toen zoonlief me vol misplaatst vertrouwen allerlei vertalingen vroeg, bij mij ook nogal nodig te zijn, want hemel, dat was aardig weggezakt.

Maar zo kwam er dus van de andere plannen niets terecht. Geeft niets. Dit was veel gezelliger. En ik heb zowaar ook nog stiekem een momentje gevonden om een bladzijde te lezen. Het lijkt wel vakantie zeg.

Recept: Supermakkelijke glutenvrije peer en appel cake

Er lagen wat zielige peertjes op de fruitschaal. Een beetje bruin waren ze her en der. Zacht ook. En ze keken bepaald niet blij. Ik kon me dat wel voorstellen. Heb je zo je best gedaan te groeien en lekker te worden, word je zo achteloos vergeten, omdat er allerlei andere zaken, zoals oliebollen en kerstkransjes, gekozen worden boven jou. Onbegrijpelijk natuurlijk, want jij bent lekker én gezond. Soms zijn mensen maar rare wezens.

Maar het is vakantie, nog een hele week. Wat betekent dat we heel rustig opstarten in de ochtend. Lui in onze pyjama thee drinken en puzzels maken. Het hele huis doorgaan om alle kerstspullen te verwijderen en alles fris te laten ruiken. Spelletjes doen. Nog meer spelletjes doen. Verse bloemen kopen om die her en der in kleurige bossen op tafel te plaatsen. Vooruit, nog een spelletje doen. En te bedenken wat we vandaag eens voor lekkers zullen maken. En eindelijk, eindelijk werden de peren weer gezien. En gingen ze samen met een appeltje in een heerlijk smeuïge en glutenvrije (want dan mag ik hem ook, en ik vind het zo gezellig om mee te smullen als we wat gebakken hebben) cake.

Recept supermakkelijke glutenvrije peer en appel cake

Ingrediënten:

  • 3 cups amandelmeel
  • 5 eieren
  • 1/2 cup ahorn siroop
  • 1 theelepel zout
  • 2 cups (ongeveer, komt niet zo nauw) peer en appel, in stukjes gesneden

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Vet een springvorm in of bekleed.

Klop de eieren in een kom los en meng het met de ahorn siroop. Voeg het zout en het amandelmeel toe en roer tot je een beslag hebt. Het geeft niet als het nog wat klonterig is. Roer er nu de peer en appel doorheen.

Giet het beslag in de springvorm en bak de cake voor zo’n 35 – 40 minuten. Zodra een erin geprikt mes of tandenstoker er schoon uitkomt is hij gaar.

Geniet ervan!

Gelukkig nieuwjaar

Ik zag narcissen vandaag. Narcissen! Midden in een grasveldje, dat bezaaid is met hondenpoep en waar je dus verder liever niet wil komen, stonden zowaar drie narcissen. Een tweetal en een eenling. Parmantig rechtop in de miezer regen. Dat is het bewijs natuurlijk. Het wordt lente. Duidelijker kan je het niet krijgen. Heerlijk he?

Uiteraard heb ik er ook een foto van gemaakt. Maar die mislukte. Kan zijn gekomen door de eerder benoemde hondenpoep en de nattigheid die ervoor zorgde dat ik maar amper de tijd nam om op narcissenhoogte te komen voor ik op de knop drukte. Dat het vandaag een beetje in mijn rug geschoten was (ik deed niet eens wat raars, behalve dan proberen me in een badpak van mijn dochter wringen omdat ze dacht dat dat best moest passen en ik wilde bewijzen dat het niet zo was – ik had gelijk) hielp daarbij wellicht ook niet mee.

Maar goed, we gaan dus richting lente. En dat samen met het heerlijke nieuw-begin gevoel van het nieuwe jaar zorgt ervoor dat ik barst van de plannen. Zoals het maken van een winterjas (al lijkt dat in het hele lente verhaal qua timing niet helemaal logisch, dat realiseer ik me) en überhaupt het weer oppakken van het naaien. Meer schrijven. Meer genieten vooral ook, want dat schoot er de laatste tijd toch zomaar nu en dan bij in.

En daarbij het stellige voornemen om weer meer te gaan fotograferen. Zodat ik vandaag, toen hij zo mooi in dat licht vanuit het zijraam zat te puzzelen, gelukkig weer eens mijn camera bij me had om dat prachtige plaatje vast te leggen.

Fijn 2018!