Recept: Supermakkelijke glutenvrije peer en appel cake

Er lagen wat zielige peertjes op de fruitschaal. Een beetje bruin waren ze her en der. Zacht ook. En ze keken bepaald niet blij. Ik kon me dat wel voorstellen. Heb je zo je best gedaan te groeien en lekker te worden, word je zo achteloos vergeten, omdat er allerlei andere zaken, zoals oliebollen en kerstkransjes, gekozen worden boven jou. Onbegrijpelijk natuurlijk, want jij bent lekker én gezond. Soms zijn mensen maar rare wezens.

Maar het is vakantie, nog een hele week. Wat betekent dat we heel rustig opstarten in de ochtend. Lui in onze pyjama thee drinken en puzzels maken. Het hele huis doorgaan om alle kerstspullen te verwijderen en alles fris te laten ruiken. Spelletjes doen. Nog meer spelletjes doen. Verse bloemen kopen om die her en der in kleurige bossen op tafel te plaatsen. Vooruit, nog een spelletje doen. En te bedenken wat we vandaag eens voor lekkers zullen maken. En eindelijk, eindelijk werden de peren weer gezien. En gingen ze samen met een appeltje in een heerlijk smeuïge en glutenvrije (want dan mag ik hem ook, en ik vind het zo gezellig om mee te smullen als we wat gebakken hebben) cake.

Recept supermakkelijke glutenvrije peer en appel cake

Ingrediënten:

  • 3 cups amandelmeel
  • 5 eieren
  • 1/2 cup ahorn siroop
  • 1 theelepel zout
  • 2 cups (ongeveer, komt niet zo nauw) peer en appel, in stukjes gesneden

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Vet een springvorm in of bekleed.

Klop de eieren in een kom los en meng het met de ahorn siroop. Voeg het zout en het amandelmeel toe en roer tot je een beslag hebt. Het geeft niet als het nog wat klonterig is. Roer er nu de peer en appel doorheen.

Giet het beslag in de springvorm en bak de cake voor zo’n 35 – 40 minuten. Zodra een erin geprikt mes of tandenstoker er schoon uitkomt is hij gaar.

Geniet ervan!

Gelukkig nieuwjaar

Ik zag narcissen vandaag. Narcissen! Midden in een grasveldje, dat bezaaid is met hondenpoep en waar je dus verder liever niet wil komen, stonden zowaar drie narcissen. Een tweetal en een eenling. Parmantig rechtop in de miezer regen. Dat is het bewijs natuurlijk. Het wordt lente. Duidelijker kan je het niet krijgen. Heerlijk he?

Uiteraard heb ik er ook een foto van gemaakt. Maar die mislukte. Kan zijn gekomen door de eerder benoemde hondenpoep en de nattigheid die ervoor zorgde dat ik maar amper de tijd nam om op narcissenhoogte te komen voor ik op de knop drukte. Dat het vandaag een beetje in mijn rug geschoten was (ik deed niet eens wat raars, behalve dan proberen me in een badpak van mijn dochter wringen omdat ze dacht dat dat best moest passen en ik wilde bewijzen dat het niet zo was – ik had gelijk) hielp daarbij wellicht ook niet mee.

Maar goed, we gaan dus richting lente. En dat samen met het heerlijke nieuw-begin gevoel van het nieuwe jaar zorgt ervoor dat ik barst van de plannen. Zoals het maken van een winterjas (al lijkt dat in het hele lente verhaal qua timing niet helemaal logisch, dat realiseer ik me) en überhaupt het weer oppakken van het naaien. Meer schrijven. Meer genieten vooral ook, want dat schoot er de laatste tijd toch zomaar nu en dan bij in.

En daarbij het stellige voornemen om weer meer te gaan fotograferen. Zodat ik vandaag, toen hij zo mooi in dat licht vanuit het zijraam zat te puzzelen, gelukkig weer eens mijn camera bij me had om dat prachtige plaatje vast te leggen.

Fijn 2018!

Sinterklaas – samen

We hebben veel gesprekken de laatste tijd aan de eettafel. Over zwarte pieten en of ze niet een ander kleurtje moeten hebben. Over of het aardig is om hardop te zeggen dat iemand een wat dikkere buik of onderkin heeft. Over dat het wel heel gemeen is om nare dingen te zeggen achter iemands rug om. We hebben gesprekken, waarbij ik voorzichtig uitleg waar #metoo voor staat, en waarom het gebruikt wordt. Om vervolgens de vraag te moeten beantwoorden waarom er mensen zijn die andere mensen aanraken, of zelfs pijn doen, als ze dat niet willen.

Ik vraag me af of ik vroeger dat soort gesprekken had met mijn ouders. Volgens mij niet echt. Niet omdat de wereld toen per se een betere plek was of er minder akelige dingen gebeurden, maar wellicht was het wat minder zichtbaar dan nu. In ieder geval werd er tussen de gesprekken over wie er aan de beurt was voor de afwas of waarom er een onvoldoende was gehaald voor Frans niet echt diep in gegaan op de psychologie van verkrachters. Iets waar je het natuurlijk ook eigenlijk niet over hoort te hoeven hebben met je kinderen van 9, 11 en 12. Maar ja. Als vragen worden gesteld zal er toch een antwoord moeten komen.

Maar de laatste paar dagen verstomden die gesprekken ineens. Want het is lastig praten wanneer je met je tong tussen je lippen geklemd zo precies mogelijk een figuurtje uit papier probeert te knippen. En de zware onderwerpen lijken ineens heel ver weg wanneer er in buikjes steeds meer zenuwachtige kriebels komen over wie wat voor wie gemaakt heeft. En wat voor cadeautjes er zullen zijn. Zenuwachtige kriebels die natuurlijk vol overtuiging ontkend worden, want ze zijn al zo groot, maar die, als je moeder eerlijk toegeeft dat ze eigenlijk bijna niet kan wachten tot het uitpakken begint, dan toch naar hartenlust mogen zwerven.

En dan, tijdens het uitpakken, het lezen van de gedichten en het bewonderen van de met zorg gemaakt surprises, is er even helemaal geen ruimte meer voor wat er ook maar naar zou kunnen zijn in de wereld. Dan gaat het even alleen maar om de grappen, de slappe lach bij een paar goed gekozen woorden, de vertederde blikken bij een enthousiaste kreet.

Dan gaat het alleen maar om samen. Daar zou het eigenlijk altijd om moeten gaan.

Lijmen

Bloemen maken

Deze week bracht ons meer lijm en verf dan we het hele jaar hebben gezien. Eigenlijk meer dan we in drie jaar hebben gezien gok ik. Want er moesten surprises gemaakt, en wel vijf. Dus dat was plakken en schilderen en kralen lijmen en lijm van de vloer poetsen en nog eens plakken als dingen uit elkaar vielen en… nou ja… ik heb het voor de komende drie jaar ook wel weer gezien eigenlijk. Maar de surprises zijn af, de gedichten gemaakt en morgen vieren we Sinterklaas. Ga ik daarna ons huis ontlijmen.

Ik ging ook op date met mijn oudste. Naar de film en, een volgende dag, winkelen en de kroeg in. Met een keurig kopje thee en een glaasje jus d’orange natuurlijk, hij is twaalf zeg, maar het was wél erg gezellig. Ik heb me vast voorgenomen die dates met de kinderen erin te houden, om en om, van die momentjes met z’n tweeën, waardoor er zo’n heel andere dynamiek ontstaat dan wanneer we met z’n allen zijn, of met drie of vier, waarbij er om aandacht gestreden moet en ik, eerlijk is eerlijk, soms te moe ben om een uitgebreid gesprek te voeren over de belangrijkste verschillen tussen twee Pokémons.

En deze week besloot ik het bloggen weer op te pakken. Iets waar ik toch lang over heb lopen peinzen. Bovenal over het waarom ervan. Want wat is het dat me er toe zet om dingen te schrijven, foto’s te maken, de boel online te zetten en op publish te klikken? Ik kon daar maar geen vastomlijnd antwoord op verzinnen. Tot ik me realiseerde dat het niet per se hoeft. Want soms wil ik gewoon herinneringen opslaan, soms me oefenen in mijn fotografie en op andere momenten vind ik schrijven simpelweg heel erg fijn.

Dus dat moet dit maar worden. Een verzamelplek. Voor herinneringen aan dit volle, rommelige, liefdevolle leven, met al z’n spannende en saaie momenten. Voor mijn foto’s, en als stimulans er nog meer te maken. En voor al die woorden die ik nu en dan kwijt wil. Geen afgebakend onderwerp. Geen gemene deler. Alhoewel, dat zou ik dan zijn. En dat klinkt dan toch ook wel weer gek.