Cool

Ze zitten samen aan tafel te lunchen. De een een tikkie onderuit gezakt. De ander ferm rechtop, speurend over de tafel naar iets lekkers. Hij heeft me net verteld dat hij allergisch is voor volkorenbrood, wat ik eigenlijk niet helemaal geloof, maar vooruit, hij is nu aan de rijstwafels.

Van een afstandje volg ik met een half oor de gesprekken die ze voeren. Over een klasgenoot die enorm had rennen kan (“Zag je dat? Hij kan echt super hard yo!”) en de plannen die ze hebben om straks buiten een soort veldslag na te spelen. Ze scheppen een beetje op allebei (“Ik ben heel sterk, weet je.” “Ja, maar ik kan het beste voetballen, heb je dat wel gezien?”) en willen niet voor elkaar onderdoen. Maar als de één zachtjes aan de ander vraagt “wil je me even helpen met die boter? Ik kan dat niet zo goed”, springt de ander behulpzaam in de benen. Mooi vind ik dat. Jongens vriendschap.

“Mama! Doe eens? Toe?”

Als ik opschrik – ik was even afgedwaald in mijn boek – kijk ik in twee verwachtingsvolle snoetjes. “Doe eens een heks na, mam? Laat eens horen hoe je dat doet?”

Eerst aarzel ik even, maar ach, ik ben zo makkelijk over te halen. Dus ik kakel er even lustig op los. Wanneer ik stop staan ze even stil. Dan draaien ze om en terwijl ze de deur uitlopen krijgt mijn jongste een klap op zijn schouder van zijn vriendje. “Dat kan je moeder echt cool zeg.”

Ik kan het niet nalaten even te glunderen. Een coole moeder. Ik teken ervoor.

Geef een reactie