Dag Oman, Hallo Nederland

We hadden het al in het begin van de vakantie afgesproken: We zouden het hele strand afwandelen, tot de pier in de verte. Dus op deze laatste dag in het mooie Oman moet dat er nog wel even van komen.

Het is warm, zelfs zo vlak na het ontbijt, maar de zee verwelkomt ons met een rustgevend ruizen, en reigers en meeuwen klapwieken om ons heen.

Langs het strand staan enkele hotels, wat gelukkige huizen, met hun open ramen uitkijkend op de zee, en een zwaar bewapende Britse ambassade. In de verte zien we de rotsige bergen van Oman, gehuld in een nevel, maar zelfs van zover immer indrukwekkend. We moeten her en der springen over stroompjes en eenmaal flink waden door een beginnend riviertje dat zomaar het strand doormidden klieft, maar we komen tot de pier (waar we overigens niet op mogen, want hoe idyllisch het er in de verte ook uit mocht zien, van dichtbij blijkt het een soort aanlegsteiger voor een of ander bedrijf, dat met grote waarschuwingsborden aangeeft dat nog één stap verder nemen ten strengste verboden is. Dus dat doen we dan maar niet).

Op de terugweg wandelen we over paadjes dichter langs de huizen en hotels, en door zorgvuldig aangelegde parkjes, waar, zo stel ik me voor, dagelijks enorm veel aandacht wordt geschonken aan het bewateren van al die mooie bloemen en planten, die kleur geven aan het toch al paradijselijk geheel.

Na even bijkomen (anderhalf uur stevig doorstappen in deze warmte en volle zon vraagt toch even om wat grote glazen koud water, en een ditto douche) staat de rest van de dag in het teken van inpakken, nog even naar het strand voor een laatste dosis zomergevoel, wat spelletjes als afscheidsritueel, en dan is het toch echt zover.

Een laatste blik, een laatste zwaai naar wat toch echt zo heel erg als thuis is gaan voelen deze weken, wat laatste knuffels en dan nóg een paar, want wat hebben we het fijn gehad, en dan door de kleurrijke, levendige stad, op naar het vliegtuig, waarin we weg vliegen van dit mooie Oman, waar we allemaal een beetje ons hart aan verloren.

Vanuit het vliegveld in het vliegtuig, via de douane, waar ik nog een hokje in moet met een streng kijkende dame, die me druk fouilleert, en dan nog eens, want er piept maar steeds iets (blijkt een bh beugel te zijn, maar het is toch gek, want als ze zo druk gaan doen ga je je toch ergens afvragen of je niet tóch per ongeluk massavernietigingswapens in je sok hebt verstopt), en dan door de nacht terug naar Nederland.

Het is vroeg in de ochtend als we aankomen, en het miezert, wat ergens wel erg vrolijk Nederlands voelt, en thuis worden we opgewacht door tulpen en opa en oma, en natuurlijk de poezen, die van gekkigheid niet weten hoe ze ons allemaal tegelijk kunnen begroeten.

De rest van de dag staat in het teken van bijkletsen, orkest repetities, een auto met een accu die zich blijkbaar ook verwaarloosd voelt, want die ineens koppig weigert weer te werken (gelukkig zijn er wat behulpzame heren die me aan willen duwen, want ik voel me even erg hulpeloos, helemaal als ik zie hoe ze in de lach schieten bij mijn beschrijving van dat de auto nog wel ‘tik tik tik’ doet bij het omdraaien van de sleutel, maar geen ‘broem broem’ zoals hij hoort te doen, wat ik ook wel weer snap, maar het is de beste beschrijving die ik kan bedenken), oms ons heen kijken naar alles dat zo heel Nederlands is – wat een stuk minder exotisch is dan al het Omaanse, maar toch ook wel heel erg mooi -, lekker lezen onder een dekentje op de bank, en daarna zalig weer in het eigen bed, wat toch uiteindelijk wel het fijnste plekje op de wereld is.

We zijn weer thuis.

2 Replies to “Dag Oman, Hallo Nederland”

  1. Karin, leuk om te lezen! Ik krijg direct zin om weer met zijn 5en op pad te gaan…(hebben we al een paar keer gedaan)

    1. Ja, wij hebben de smaak ook helemaal te pakken. We zijn al aan het fantaseren over onze volgende trip 🙂

Geef een reactie