Hij is tien jaar!

Nou waren we gisteren toch heus aan het bakken geslagen. Appeltaart moest het worden. Met een kruimellaag. Waarvoor we naar de supermarkt gingen…

-Daar moet ik toch tussendoor even wat over vertellen. Want dat is best even wennen, die Omaanse supermarkten. Niet alleen door de enorme groottes en het aantal mensen dat erin krioelt, maar ook door de vriendelijke hulpvaardigheid van de mensen die er werken. Wat natuurlijk altijd fijn is, maar ik blijf het toch lastig vinden wanneer boodschappen vanuit het karretje voor je op de band worden gelegd, en vervolgens keurig voor je ingepakt. Ik heb dan steeds de neiging om te zeggen “joh, doe niet zo gek. Heel lief van je hoor, maar dat kan ik toch écht zelf wel.” Want ik voel me dan bezwaard. Wat niet nodig is, schijnt, want het hoort hier gewoon bij het werk. Maar toch. Het blijft raar –

Hoe dan ook, we haalden de ingrediënten voor de taart, kneedden het deeg, wel met glutenvrij meel, en sneden naar hartenlust appels, om daarna het geheel in de oven te zetten. Waar hij vervolgens volledig zwart weer uitkwam. Een beetje een desillusie. Was het de oven, waarvan niet helemaal duidelijk was hoe hij werkte? Of toch het deeg? We wisten het niet.

In ieder geval is het resultaat dat het nog vrij vroeg is vanochtend wanneer we bij de bakker staan. En Olivier mag een taart uitzoeken, helemaal alleen. Want hij is tien geworden vandaag!!

Nou is tien jaar worden al bijzonder, maar tien jaar worden in Oman maakt het wel heel speciaal. Zeker als je zelf mag kiezen hoe je je dag invult, en dat er uiteindelijk voor zorgt dat je middenin de winter, voor het eerst op je verjaardag, in een heerlijk zonnetje kan ravotten in de zee.

Er worden meerdere zandkastelen gebouwd, mét grachten, en het zwemmen is zo fijn. Als we even rustig in het water dobberen horen we ineens een hele zwerm vogels met veel kabaal opvliegen, allemaal een andere kant op, en als we kijken waar al die drukte nou voor nodig is zien we een elegante arend over het water zweven. Even hangt hij bijna stil, om vervolgens een plotselinge snoekduik in het water te maken en er iets uit op te vissen, en daarna in alle rust weg te vliegen.

We picknicken met stokbrood in het zand en spelen een potje tennis. En als dan ineens een zacht briesje opsteekt, dat blijkbaar verder op zee wat heftiger is, want het neemt ineens steeds wildere en hogere golven met zich mee, is de pret helemaal compleet.

In de avond, als we het zand en zout weer van ons lijf gespoeld hebben en we rozig en warm zijn van de dag, gaan we, om helemaal in het feestgevoel te blijven, uit eten in Muscat.

Tijdens de rit naar het restaurant kijken we onze ogen weer uit. Niet alleen om het verkeer, – want goeie genade, wat een chaotische bedoening is dat op de weg. Overal schieten (voornamelijk grote en dure) auto’s vandaan, die zich, zonder knipperlicht of voorsorteren, laconiek in de meute storten. Ik heb maar besloten net te doen alsof ik het niet zie en me puur te richten op andere uitzichten, want anders zou het een stressvolle belevenis zijn – , maar vooral ook door de prachtige verlichting van alle imposante en statige gebouwen. Het is alsof ze naar elkaar roepen “zie je wel, dat ík de mooiste ben?!”

Aangekomen bij het restaurant kleurt de lucht oranjerood en terwijl ik nog even sta te kijken naar hoe groepen traditioneel geklede mensen samen eten op de terrassen, voel ik een klein handje in de mijne. Olivier kruipt tegen me aan, en als ik mijn armen om hem heen sla om hem heel stevig te knuffelen, hoor ik hem zacht zeggen “Wat een fijne dag was dit, mama.”

Mijn kleine man. Mijn jongste. De vrolijke, doldwaze, inventieve, verrassende. De stuiterbal met het zo heel kleine hartje. De lieve, knappe, zorgzame, bijdehante, grappige, verlegen deugniet.

Mijn Ollie. Tien jaar.

Geef een reactie