Lente in Borne

“Heb je een muntje, mam?” Ze kan het niet laten. Elke keer dat iemand een muntje in het bakje voor het levende standbeeld bij de Oude Kerk gooit, stampt de bisschop (of ‘schijnheilige’, zoals op het bordje staat – in zijn vingers klemt hij ook een zaklantaarn) stevig met zijn staf op de grond en slaakt er een luide kreet bij. Wat ze enorm grappig vindt, maar ook wat eng, waardoor ze even om hem heen cirkelt, waarna ze van een afstandje het muntje in het bakje mikt. Heldin dat ze is.

Het levert haar wel een spekje op, en een knipoog, dingen die je toch niet elke dag krijgt van een bisschop van steen.

Het is lente, jongens, lente! En ook al leek het er aan het begin van het weekend, toen we tussen grote sneeuwvlokken door stonden te kijken naar de hockeywedstrijden van de kinderen – iets waarvan we gezamenlijk besloten dat dát toch wel echt te gortig was, sneeuw, in april, kom óp zeg – nog niet helemaal op, het lente gevoel begint toch stiekem overal doorheen te sijpelen.

Het zit ‘m in de prachtige bloesems die je overal begint te zien, met zware, volle takken over heggen hangend, als om te zorgen dat je er echt niet omheen kan, wat geheel terecht is natuurlijk, want zo iets moois moet ook uitbundig bewonderd worden. Het zit ‘m in het niezen en proesten bij ons thuis, wat erg irritant is, maar ook weer zo heel erg bij deze tijd van het jaar hoort, en in het meer en meer aanwezige, en oh zo zalige steeds warmer wordende zonnetje.

Bij de lente hoort ook ‘Het Beste van Borne’. Onze oudste mag er spelen, op zijn gitaar, in zijn eentje op het podium, wat hij doet met de voor hem zo kenmerkende concentratie, waardoor de rest van de wereld niet lijkt te bestaan, al glundert hij wel even als hij wordt aangekondigd als een heuse ster. We schuifelen in colonne (want poeh, wat een mensen komen hier op af) langs de levende standbeelden – waarbij we ons steeds moeten bedwingen niet even te voelen, want het ziet er zo echt stenig uit, maar we durven het toch niet – en belanden even later in de Oude Kerk, waar het Borns Mannenkoor staat te zingen. Met daarin opa, die we er altijd bovenuit horen, en die, zo wijst mijn jongste me grinnikend, stiekem een I-pad in zijn klassieke map heeft verstopt. Hij ziet het al helemaal voor zich, neem ik aan, hoe opa, voluit Beethoven zingend, een spelletje Candy crush speelt.

Het plan was om daarna een ijsje te gaan halen, maar stiekem hebben we het toch nog wel een beetje koud. Oud Hollandse frieten worden het dan maar, uit een puntzak, die we opsmikkelen in het zonnetje, terwijl we luisteren naar hoe de meneer die curry worst verkoopt vanuit zijn kraampje de sterren van de hemel zingt.

Lente! Ik ben zo blij dat je er bent.

Geef een reactie