Rondje Borne

De sneeuw knerpt onder mijn voeten. Lekker geluidje is dat, alleen daarom zou je wat extra rondjes wandelen. Ik stop mijn handen wat dieper in mijn zakken, haal ze er alleen af en toe even uit om een foto te maken, want ook al valt het zo, zonder wind, nog best mee met de kou, na verloop van tijd gaan mijn vingers toch wat protesteren, zo zonder handschoenen, die ik, bijzonder hoe dat logisch lijkt terwijl ik voor de kinderen non stop met sjaals, handschoenen en mutsen sta te zwaaien, vergeten ben.

Vlak voor me schieten wat kinderen, over het muurtje rondom de kerk, roepend naar elkaar langs me heen. Het meisje zwaait naar me, begint dan te glibberen op de gladde keitjes, heeft bijna haar evenwicht weer te pakken, maar belandt dan toch nog pardoes schaterlachend op haar billen.

Achter een van de ramen waar ik langsloop zit iemand verwoed piano te oefenen. Elke keer hetzelfde stukje, met een hapering in de hoogte. Ik kan er het geïrriteerde klakken met de tong zo bij denken, ook al hoor ik het niet, en neem in gedachten mijn pet af voor de volharding als de riedel dan toch weer opnieuw van voren af aan wordt begonnen. Vanaf het einde van de straat komt een postbodemevrouw moeizaam aanfietsen, de wielen al net zo gezellig krakend in de sneeuw als mijn schoenen. Ze kijkt wat moeilijk tijdens het trappen, maar in het voorbijgaand werpt ze me ineens een vrolijk grijns toe, om vervolgens weer geconcentreerd fronsend verder te rijden.

Ik loop een stukje verder, door een straat die duidelijk iets vaker wordt gebruikt, want de sneeuw is zowaar wat verdwenen, langs de vele zorgvuldig geverfde luiken, en wuif eens naar een puber die, met duidelijk gezonde tegenzin – zou het voor straf zijn, of zou hij wat willen verdienen, of is het wellicht onderdeel van zijn takenpakket, opgelegd in het kader van een goede opvoeding door zijn ouders? – besneeuwde takken staat te snoeien in een tuin. Hij reageert met een soort staccato omhoog en omlaag schieten van zijn hoofd, en ik vat het maar op als een “ook hallo”.

Een steegje door, en glibberend over een paadje, en dan houd ik even stil bij het Maria kapelletje, dat al van veraf uitnodigend lijkt te glimlachen met haar warme kaarslicht tussen alle koele wintertinten. Ik kom hier zo af en toe, en kom er eigenlijk nooit iemand tegen, terwijl er toch regelmatig mensen zijn moeten, gezien de vele aangestoken kaarsjes. Maar eigenlijk is dit ook wel juist een plekje waar het past om even alleen te zijn.

Via een klein paadje tussen struiken door, waar ik nog bijna in de sloot beland van schrik door een plots wegspringend konijn, dat zag ik even niet aankomen (op de laatste foto is het dat donkere vlekje heel ver weg links, dat zie je voor geen meter, want daarvoor had ik de lens niet bij me, maar ik kon het tóch niet laten het te delen, want het is gewoon leuk, zo’n konijntje in de sneeuw), kom ik net op tijd weer terug op de parkeerplaats, om een vrolijk kwebbelend jongetje op te vangen, dat vol stoere verhalen over zijn drumles, bij me in de auto kruipt.

“Wat zit je onder de sneeuw”, merkt hij ineens op. Om me vervolgens meewarig hoofdschuddend aan te kijken als ik zeg dat dat kwam door het schrikken van een konijn.

Geef een reactie