Schoolkeuze

Ze staan een beetje onwennig glimlachend tegenover elkaar. Welwillend genoeg, maar totaal zonder enige herkenning. De laatste keer dat ze samen speelden waren ze vijf. Daarna gingen ze allebei naar een andere basisschool, en ze zouden elkaar zonder enige interactie, behalve wellicht een vriendelijk knikje bij het passeren, zoals je dat ook naar andere vreemde mensen doet, voorbij zijn gelopen als hun ouders er niet waren geweest. Want die veranderen niet zoveel in 6 jaar. Hopen ze toch. In ieder geval niet zoveel dat je elkaar niet meer herkennen zou.

Dus daar staan ze dan. Schuifelen wat met hun voeten. Grijnzen nog eens. En misschien rollen ze wel stiekem met hun ogen naar elkaar, wanneer een van hun moeders nog eens vraagt: “Weet je dat niet meer? Hoe leuk jullie samen speelden vroeger?”. Gelukkig duurt zo’n ongetwijfeld wat ongemakkelijk moment nooit lang. Want er is nog zoveel te bekijken. Zoveel te beoordelen, voordat die ene belangrijke keuze gemaakt kan worden: Naar welke middelbare school ga ik?

Ze weet het nog niet, waar ze heen wil. Voor haar niveau zijn er vier mogelijkheden, dus we klepperen vrolijk alle open dagen af.

Ze maakt puzzels, praat met leerlingen, stelt vragen aan docenten, trekt aan onze jassen als we weer te lang blijven kletsen (het is één grote ontmoetingsplek van klasgenootjes, teamgenootjes en ouders van klas- en teamgenootjes, die, met blikken die blijk geven van enige overweldiging en al dan niet gespeeld enthousiasme, meedoen aan alle bedachte spelletjes en waar mogelijk even ontsnappen in een oppervlakkig gesprekje over elkaar lang niet gezien hebben en echt weer eens bijkletsen – iets dat ik me overigens wel altijd heel stellig voorneem, want ik vind dat daadwerkelijk gezellig, maar in de dagelijkse praktijk komt het er dan vaak weer niet van, jammer is dat-) en kijkt met open mond en vol voorpret rond in de hallen waar ze volgend jaar misschien ronddwalen zal. Waar ze zich thuis zal voelen. Waar ze niet als bezoeker, maar als een van al die zelfverzekerde pubers waar ze nu nog met enige verwondering naar kijkt, haar jas op de grond zal mikken, op een bankje zal neerploffen en grappen zal maken over die gekke docent wiskunde. Of over haar idiote ouders, stel ik me zo voor.

Ze heeft al wél besloten naar welke school ze in ieder geval niet wil.  En dat ze tóch eigenlijk wel de oude talen wil gaan leren. Of misschien ook niet, als de school waar dát niet kan nu net leuker blijkt te zijn. Er is dus nog een hoop te beslissen.

We gaan nog even vrolijk door.

Geef een reactie