Wahiba Sands – deel 1

We rijden wederom met twee bakbeesten van auto’s door het prachtige landschap van Oman. Dit keer zijn we niet op weg naar groene oases en kabbelende watervalletjes, maar naar het zanderige van de woestijn – Wahiba Sands.

Ik hang de helft van de tijd uit het raam met mijn camera – dit levert nogal eens wat gemopper op, want dat zorgt zo voor wapperende haren en piepende oren achterin – om het landschap vast te leggen. Ik had nooit gedacht dat ik zo enthousiast zou reageren op allerlei schakeringen in steen en rots, maar dat is precies wat er gebeurt; na elke hoek zie ik weer een nieuw mooi uitzicht, dat echt móet worden vastgelegd. Ik kan er niets aan doen!

Een van de mooie dingen van Oman is dat er enorm veel ruimte is, en dat er dus – ik gok tenminste dat het daarmee te maken heeft dat we bij ons in Nederland zo precies zijn met paadjes en kaveltjes en parkeerplaatsjes enzo, ruimtegebrek – weinig gedoe is over wie waar wat doet in het verkeer. Wat betekent dat er zomaar langs de weg ineens iemand doodleuk op de vluchtstrook op een taxi kan gaan staan wachten, maar ook dat je, als je dan toch een four wheel drive auto onder je billen hebt, op een lukrake plek de weg af kan rijden, de bush bush in, om een schaduwrijk picknick plekje te vinden.

Dat we dan de pannen zijn vergeten en ontdekken dat het windscherm óók van staal is, en dus best dienst kan doen als ei-bak-plaat, maakt het eigenlijk alleen nog maar picknickeriger.

We hebben afgesproken bij een restaurantje aan de rand van de woestijn, van waaruit we een geleide zullen krijgen naar de plek waar we vanavond zullen overnachten. Het gaat hier allemaal wat op zijn janboerenfluitjes – er is duidelijk wat verwarring over wie we ook weer waren en wanneer we ook weer waarheen zouden worden gebracht – maar we wachten geduldig, de kinderen helemaal blij met een groot glas vers mango sap. Om ons heen wordt druk in het Arabisch gepraat door allemaal in het wit geklede mannen, die uit kleine kopjes drinken, waarvan we eerst denken dat het koffie is, maar waarvan even later blijkt na de eerste slok dat het mierzoete thee is.

Uiteindelijk worden we opgehaald, handen worden geschud, tussen de mannen dan, de vrouwen krijgen geen hand, en we rijden weg, in een colonne, over hobbelige vlaktes, langs los schrijdende kamelen (die wandelen niet, die schrijden) en huppelende geiten, en uiteindelijk over zandduinen hoog als bergen, met nu en dan een vervaarlijk schuiven onder onze banden, waardoor het voelt als een achtbaan, wat we stiekem allemaal maar wat lollig vinden, de woestijn in.

De zon begint al een beetje te zakken tegen de tijd dat we aankomen bij het kamp waar we gaan slapen. We worden hartelijk verwelkomd en een grote tent ingeleid, waar we, na het uittrekken van onze schoenen, op zachte kussens kunnen gaan zitten en thee en vruchtensap, Arabische lekkernijen en doekjes om ons op te frissen op ons wachten.

De kinderen zijn dan overigens allang verdwenen en de eerste de beste duin opgeklommen, om zichzelf en elkaar in te graven en naar beneden te rollen of glijden. Wie heeft er speelgoed nodig als je een oneindig grote zandbak tot je beschikking hebt?

De lucht kleurt steeds meer roze en rood, echt adembenemend mooi. Waar je ook kijkt, overal zie je zand en duinen, maar net als bij de rotsen en stenen in de rest van het land, zorgen ook hier de details dat je maar kan blijven staren. Het is net alsof er golfjes over de duinen lopen, of alsof iemand onderaan heeft geduwd en zo de bovenlaag allemaal rimpeltjes heeft gegeven. En dat alles nu in varianten van goud, geel, roze, rood en oranje.

Zo heel af en toe zie je in de verte een klein dapper struikje, dat tegen alle verwachtingen in stoer blijft groeien. Je zou er toch, zo op de eerste dag van het nieuwe jaar, gewoonweg geïnspireerd door raken.

We worden weer het kamp ingelokt door de geur van een vuurtje, en om de hoek van een groot scherm vinden we een gezellig ingerichte openluchtkamer, met veel kussens en kleden, lage tafels om aan te eten, dekens, voor als het wat frisser wordt en een grote ronde vuurplaats, waar even later pannen in zullen worden gezet voor het eten, en waar later op de avond Bedouins platbrood op zal worden gebakken (gecombineerd met veel jolig gegrap van de bakkers).

We spelen spelletjes, al liggend en zittend op de kleden, alvorens er een diner wordt geserveerd, met allerlei Omaanse gerechtjes. Ik neem me maar weer eens voor, zoals wel vaker, om meer te koken met recepten uit de Arabische keuken, want dat vind ik zó lekker.

Het is niet laat als we, het is intussen echt heel donker geworden, onze tent opzoeken. We slapen in een familietent, en je kan het eigenlijk niet echt kamperen noemen, want er staan gewoonweg riante bedden in, waar we prinsheerlijk op slapen kunnen. Maar voor we dat doen bewonderen we nog even de enorm heldere sterrenhemel, die, nu we hier niet worden gestoord door de lichten van de bewoonde wereld, in al haar glorie zichtbaar is.

Morgenochtend staan we heel vroeg op, om half zes, om de zonsopgang hier in de woestijn mee te maken. Dus de wekker is gezet, en we kruipen onder de, lichtjes naar wierook ruikende, wol. Vlak voor ik in slaap val lig ik nog even te genieten van de stilte om ons heen. Typisch, hoe gewend we zijn aan alle ruis in de bewoonde wereld, zelfs ’s nachts. Hoezeer dat altijd op de achtergrond aanwezig is, merk je pas als het er niet is.

Ik draai me genietend om. Ik weet zeker dat ik hier heerlijk ga slapen.

2 Replies to “Wahiba Sands – deel 1”

  1. Prachtige verhalen! Het heet een fotoboek, maar het is zoveel meer dan dat…
    Alsof je er zelf bij bent en t ook beleeft

    1. Dank je wel! Tot heel gauw, kunnen we live bijkletsen 🙂

Geef een reactie