Weekenden (werkwoord)

Dit lange weekend voelt als een zichzelf steeds herhalende verrassing, omdat we elke weer denken dat het vast al wel zondag moet zijn, maar er dan tóch weer achter komen dat we daar nog niet zijn aangekomen, en dus nog wat heerlijke vrije dagen voor de boeg hebben.

*

Het is zaterdag en we worden lui wakker, met kopjes thee en lezen in bed, heerlijk uitgestrekt of, zoals bij haar, balancerend op een randje, omdat Bob ongemerkt steeds iets verder opschuift, en wij, zoals het keurige menswezens betaamt, in zo’n geval zonder uitzondering beleefd ruimte maken. Iets waar we tegen elkaar over met onze ogen rollen, ons afvragend waarom we dat doen als het toch zo ongemakkelijk ligt, maar de volgende keer schikken we ons weer net zo dienstbaar in deze blijkbaar onafwendbare rolverdeling.

Het is warm langs het hockeyveld. We zijn met z’n allen gekomen om de oudste kampioen te zien worden, maar de jongste twee zijn al snel, na wat gedraal langs de lijn, vertrokken naar een ander veld om daar met wat vriendjes en een bal zelf wat aan te prutsen.

*

Ik draaf wat af en aan met flessen water en voel tussen het juichen door gesprekken met mede ouders en andere personen die, aangezien ik hier niet alleen als moeder, maar ook als bestuurslid sta (nog wel), komen met vragen, opmerkingen of soms opgekropte frustraties. Ik luister daar graag naar, merk alleen elke weer opnieuw hoe beperkt het is wat je als enkel persoon kan doen, en hoe frustrerend dat vaak voelt, en hoe issues eigenlijk meestal bovenal liggen in de communicatie tussen personen. Wat dat betreft overweeg ik wel eens de #doeslief slogan op megagrote stickers te drukken en de hele wereld ermee te beplakken.

*

Ze winnen met gemak overigens, de jongens, iets dat al de hele competitie het geval is, en dat er voor zorgt dat ze maar met matig enthousiasme de felicitaties omtrent het kampioenschap over zich heen laten komen. Typisch is dat, hoe dingen toch meer als een prestatie voelen als je er in ieder geval een beetje voor hebt moeten strijden…

Het wordt langzaam donker. In het laatste restje daglicht schiet ik nog snel een plaatje van een klaproos. Enkele dagen geleden was ik nog met de middelste op zoek naar klaprozen en konden we ze nergens vinden. Nu lijkt het alsof iemand er een blik van heeft opengetrokken en zijn ze overal tot bloei gekomen. In de avondbries lijken de papieren blaadjes nerveus te trillen, en ik pas op ze niet aan te raken, bang om ze met een onvoorzichtige beweging te beschadigen.

*

De terrasjes zitten vol op deze zoele avond. Het geroezemoes en getinkel van glazen wordt af en toe ruw verstoord door de opgewonden kreten vanuit een televisiescherm, waarop te zien is hoe Liverpool de Champions League wint.

*

Ik dans achteruit, mijn telefoon in mijn hand voor een foto van de klokkentoren, en bots bijna tegen een vriendelijke oudere meneer op, die blijkbaar een soortgelijk plaatje wil maken, met zijn camera al in de aanslag. Hij laat me trots wat foto’s zien die hij eerder die avond heeft gemaakt. Als ik hem complimenteer met zijn creaties grinnikt hij wat verlegen. “Ik weet ook niet hoe die camera het doet”, verklapt hij, me duidelijk plezier. “Ik druk alleen maar op het knopje en de rest gaat vanzelf. Grappig he?”

Hij is zijn telefoon kwijt. Het is zondagochtend en we zoeken het hele huis af, en de auto, bellen opa en oma, voor het geval dat hij daar is blijven liggen, en de telefoon zelf, die vast leeg is, want we krijgen direct zijn voicemail. We vinden hem niet, al zal hij vast ergens in de komende dagen opduiken op een onverwachte plek, of juist op een plek waar iedereen van zal zeggen dat ze daar gezocht hebben, maar dat hij er niet lag. Zo gaat dat wel vaker.

*

De oudste verdwijnt naar het zwembad, want, zo redeneert hij, met deze warmte is er niets beter dan lekker onderuit liggen op het gras, iets waar ik het wel mee eens ben, dus ik kijk met enige verwondering naar hoe, nadat de middelste is teruggekomen van een slaapfeestje, de jongste twee op straat een fanatiek potje staan te voetballen. Als ze weer binnenkomen hebben ze rode wangen, en sprankelende ogen.

*

We halen perzik yoghurt voor het toetje vanavond, ijsjes voor nu, en een berg fruit voor een salade bij de frietjes straks, om het geheel van deze dag nog de illusie van gezondheid te geven. En omdat het gewoon lekker is natuurlijk. Zomer en fruit. Twee favoriete dingen.

*

Het is avond en ze zijn allemaal weer binnengedruppeld. Tijd voor een laatste spelletje, een koele douche voor het slapengaan en dan een stevige welterusten-knuffel. Morgen start de week weer. Het weekend is voorbij.

Geef een reactie